Erfdienstbaarheid: recht van overpad

Dóór de tuin geleid…

Veel juridische woorden zijn in eerste instantie niet te volgen. Het onderwerp van deze blog bestaat uit dit soort woorden: erfdienstbaarheid, overpad. Maar toch hebben heel veel mensen er in de praktijk mee te maken! En het zorgt bijvoorbeeld bij de Rijdende Rechter voor interessante zaken.

De oude heer Schuddemat
Meneer Schuddemat is een krasse bejaarde. Hij fietst nog volop, en wanneer hij na een ritje weer thuiskomt, moet hij door een poortje van de buren naar zijn schuurtje rijden. Als zijn buren verhuizen, sluiten de nieuwe buren het poortje af met een stevige deur. Voor meneer Schuddemat geen probleem, want nog dezelfde avond komen de buren op de koffie met een sleutel van de poortdeur.

Erfdienstbaarheid: recht van overpad
De buren hebben heel goed onderzoek naar hun nieuwe huis laten doen. Zo zijn ze erachter gekomen dat er op hun huis een zogenaamde, daar komt het: erfdienstbaarheid rust. In het kort komt het erop neer dat een bewoner van een huis een ‘dienstbaarheid’ moet verlenen: hij moet in dit geval bijvoorbeeld meneer Schuddemat toestaan via het poortje naar zijn schuurtje te fietsen. De heer Schuddemat heeft dus eigenlijk letterlijk het recht over het pad van de buren te gaan!

En nu dan het ‘erf’ in erfdienstbaarheid
Ooit is er blijkbaar afgesproken, met de oude buren, dat meneer Schuddemat het hierboven genoemde recht had. Maar hoe komt het nu dat dit recht niet verdwijnt met de komst van de nieuwe buren? De wetgever heeft, bij het ontwerpen van het Burgerlijk Wetboek, deze situatie blijkbaar zo vaak meegemaakt dat hij dat wettelijk wilde vastleggen. En hoe kon hij dat beter doen dan dit recht niet aan de bewoners, maar als het ware aan de grond vast te knopen! Met andere woorden: de nieuwe buren moeten gewoon het recht, dat in een officiële akte is vastgelegd, overnemen.

En zonder sleutel?
Misschien vraagt u zich af wat de heer Schuddemat zou moeten doen wanneer de buren hem géén sleutel hadden gegeven? Univé Rechtshulp bellen natuurlijk! En dan zal de rechtshulpverlener met de heer Schuddemat en wellicht de buren in overleg treden hoe deze zaak netjes geregeld kan worden. Het zal erop neerkomen dat, wanneer de heer Schuddemat blijft fietsen, en gebruik blijft maken van het poortje, hij de sleutel moet krijgen. Sterker nog: zolang het poortje voor het huis de enige manier is om het schuurtje te bereiken moet de erfdienstbaarheid in stand blijven. Want ook eventuele nieuwe bewoners willen het poortje waarschijnlijk graag blijven gebruiken.

Opheffing erfdienstbaarheid
Het kan in sommige situaties gebeuren dat de erfdienstbaarheid niet meer nodig is. In ons geval lijkt dat niet te gaan gebeuren, want ook wanneer meneer Schuddemat het tijdelijke met het eeuwige verwisselt zullen de nieuwe eigenaren gebruik willen maken van het poortje. Maar wanneer er , door wat voor omstandigheden dan ook, ineens geen nut meer is, kunnen de buren proberen de erfdienstbaarheid op te heffen. Uiteindelijk kan een rechter zich daarover uitspreken.
Maar waarom zou je een erfdienstbaarheid op willen heffen? Heel eenvoudig: je huis wordt er waarschijnlijk iets meer waard door. Want mensen hebben minder over voor een huis, waar een erfdienstbaarheid op rust.

Weetjes over erfdienstbaarheid
1. In plaats van een erfdienstbaarheid kunnen er ook persoonlijke afspraken worden gemaakt, die dus niet vastzitten aan bijvoorbeeld de grond, en die in ons geval, als meneer Schuddemat persoonlijke afspraken had gemaakt, zouden vervallen bij zijn overlijden.
2. Een erfdienstbaarheid bestaat uit een dulden of nalaten. Dus bij een erfdienstbaarheid kan iemand nooit gedwongen worden iets te doen. En meneer Schuddemat moet in ons geval zelf het poortje begaanbaar houden.
3. Er is meer dan ‘recht van overpad’, maar dat is wel de meest bekende erfdienstbaarheid.
4. Erfdienstbaarheid kan ook ontstaan door verjaring. Als iemand bijvoorbeeld 20 jaar over het paadje van de buren loopt, en die doet daar nooit wat tegen, kan dit als erfdienstbaarheid worden opgevat. Dat moet dan nog wel worden vastgelegd in het kadaster, zodat de erfdienstbaarheid voor iedereen in de toekomst te vinden is.
5. De ‘gebruiker’ van het recht van overpad kan zelf wel afstand doen van zijn recht. De buren van meneer Schuddemat moeten hier aan meewerken. En zullen dat uiteraard graag doen.

DickJan Braggaar, Univé Rechtshulp

dickjan