Univé Paludanus Prijs biedt podium aan drie projecten

Ouderen gezelschap houden in ruil voor gratis woonruimte, een Talking Touchscreen die vragenlijsten begrijpelijk maakt voor patiënten fysiotherapie die moeite hebben met lezen en schrijven en een beenprothese waarmee patiënten hun bewegingsvrijheid letterlijk terugkrijgen. Deze drie innovatieve projecten staan op de nominatie voor de Univé Paludanus Prijs, die dit jaar voor de zestiende keer wordt uitgereikt. Deze prijs, een geldbedrag van  € 10.000, -, is bedoeld voor een organisatie of persoon die met een project een bijdrage levert aan kwaliteitsverbetering in de zorg. Tijdens de prijsuitreiking op 20 april presenteren de genomineerden hun bijzondere projecten aan de jury.

De Woonstudent
Studenten houden ouderen gezelschap en krijgen hiervoor in ruil gratis woonruimte. Dat is de gedachte achter De Woonstudent, een project in verzorgingshuis Humanitas in Deventer. “Studenten kunnen hier wonen als zij een goede buur willen zijn voor onze ouderen. Dat is een verrijking voor het leven van jongeren en ouderen”, vertelt Manager Kwaliteit en Innovatie Anyta Brouwer. De Woonstudent heeft tot doel het welbevinden van de bewoners van het verzorgingshuis te vergroten. “Twee jaar geleden kwamen we op het idee studenten in huis te halen die hier kosteloos kunnen wonen en bereid zijn 30 werkuren per maand te besteden aan onze bewoners. We willen de buitenwereld naar binnen halen en ouderen weer op een natuurlijke manier prikkelen, zodat ze voelen en ervaren dat zij meetellen. In de Woonstudent krijgt dit invulling door de wisselwerking tussen jong en oud en brengen we deze twee werelden bij elkaar.”

De studenten hebben geen medische achtergrond, maar zijn vooral een goede buur voor de ouderen. Zo verzorgen zij de broodmaaltijd, geven computerles en maken regelmatig een praatje met de ouderen. Zij organiseren allerlei activiteiten, zoals graffiti-workshops of een Wii-spelmiddag.

Inmiddels wonen vijf studenten samen met de ouderen in het verzorgingshuis. “We vinden het belangrijk dat zij onze visie delen. Zo willen we een goede buur zijn, ook in de wijk. De studenten moeten bereid onze waarden als onze ambassadeurs uit te dragen”, zegt Brouwer. “De meeste studenten gaan anders naar ouderen kijken. Zodra zij hen beter leren kennen, zien zij het verhaal en het leven achter de bewoners. Zo ontstaan mooie vriendschappen.”

De Woonstudent ontleent haar kracht vooral aan de eenvoud. “Het mooie is dat dit project dichtbij de mensen staat. Het welbevinden zit juist vaak in de kleine menselijke contacten. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Toch zie je dat de behoefte aan kleinschaligheid en persoonlijk contact groeit. Ook andere verzorgingstehuizen omarmen het project. Wereldwijd heeft ons project inmiddels ook veel aandacht: China, Amerika, Frankrijk, Zweden, Duitsland: ze weten ons allemaal te vinden of schrijven over ons!” Brouwer is trots op de nominatie voor de Paludanus Prijs. “Ik vind het mooi dat door deze prijs kwaliteitsverbetering in de zorg vanuit allerlei invalshoeken wordt belicht, zowel vanuit de menselijke als technologische kant. Zo kunnen we elkaar inspireren, door ideeën en kennis uit te wisselen.”

Talking Touchscreen
Fysiotherapeuten gebruiken vaak standaardvragenlijsten om het effect van behandelingen te meten. Helaas kunnen veel mensen deze vragenlijsten niet invullen. In Nederland hebben maar liefst 1,5 miljoen volwassenen moeite met lezen en schrijven. Het project TransFysA – Transparante Fysiotherapie in Achterstandswijken – maakt deze vragenlijsten begrijpelijk voor alle patiënten. Met een aanraakscherm kunnen patiënten deze vragenlijst foutloos invullen.

Het project ging in 2010 van start, vertelt Marlies Welbie, promovenda van Hogeschool Utrecht. “Fysiotherapeuten werden door beleidsmakers en zorgverzekeraars aangemoedigd vragenlijsten te gebruiken. Hierdoor kun je de behandeling goed afstemmen op de beleving die de patiënt heeft van zijn klachten. Dit geldt echter alleen voor mensen die zo’n vragenlijst kunnen lezen en invullen.” Zo dreigde een grote groep buiten de boot te vallen. “Ik werkte als onderzoeker samen met fysiotherapeuten in Utrechtse achterstandsbuurten. Zij hadden te maken met een grote groep mensen die de vragenlijst niet konden invullen. Het kostte de fysiotherapeuten veel tijd om deze samen met patiënten in te vullen. Patiënten die de vragenlijst mee naar huis namen, vulden deze niet altijd in. De vragenlijsten waren niet volledig of het was onduidelijk wie deze had ingevuld. Hierdoor kwam de validiteit in het geding en schoten we ons doel – betere en efficiënte zorg voorbij.”

Het Talking Touchscreen is een app die is ontwikkeld voor en door laaggeletterde mensen. “We wilden een oplossing waarvoor geen lees- en schrijfvaardigheid nodig is. Het is echter een algemeen inzetbare tool. De tablet ziet er niet uit als een computer en is hierdoor erg toegankelijk. Je hoeft niet te kunnen typen, lezen of schrijven.” De app begint met een filmpje waarin een host tekst en uitleg geeft en de gebruikers bij de hand neemt. Door op de Help-functie te drukken, kunnen zij de stem van deze ‘gids’ steeds oproepen. Zo wordt de gebruiker stap voor stap door het proces geleid. Mensen die geen instructie nodig hebben, kunnen deze uitzetten. De oplossing is al gebruikt in 25 testpraktijken in Utrecht. “Hoewel we nog in de testfase zitten, zeggen vrijwel alle 25 fysiotherapeuten dat ze met dit prototype willen blijven werken. Ze krijgen veel meer informatie: het is snel, innovatief en effectief. Ook patiënten zijn enthousiast. Zodra het filmpje begint, vallen alle twijfels weg en ook vinden zij het prettig te weten dat hun persoonlijke gegevens strikt vertrouwelijk worden behandeld.”

Inmiddels is er een Nederlandse, Turkse en Spaanse versie van de oplossing. “We staan nu voor de marktintroductie. Onze nominatie voor de Paludanus Prijs is een mooie aanleiding om ons project onder de aandacht te brengen. Bovendien is het is erg leuk om andere mensen tegen te komen die met innovatie bezig zijn en elkaar te motiveren, inspireren en verrijken.”

De klikprothese
Bij osseo-integratie – ook ‘klikprothese’ genoemd – wordt een beenprothese via een opening in de huid met een metalen pen in het bot bevestigd. Hierdoor is geen prothesekoker meer nodig. De voordelen zijn groot. Een traditionele prothese veroorzaakt namelijk huidproblemen. Ook kost het minder energie om te lopen dan met een gewone prothese, waardoor patiënten veel mobieler zijn.

De kokerprothese bestaat al sinds de Eerste Wereldoorlog en brengt voor patiënten allerlei ongemakken met zich mee. Toen Henk van de Meent in 2003 als revalidatiearts ging werken in het Radboudumc zag hij dat er iets moest veranderen. “Ik behandelde veel mensen die een been hadden verloren, maar bij wie bestaande protheses veel klachten veroorzaakten. Deze protheses zijn met een hardplastic koker bevestigd aan het lichaam. De prothese zit echter niet goed vast, waardoor de koker schuift en drukplekken, een soort blaren, ontstaan. De koker sluit de huid af, waardoor de patiënt huidproblemen krijgt. Het gevolg is dat mensen de prothese vaak niet aan kunnen, omdat de huid moet genezen of omdat ze pijn hebben. Ook kunnen zij de prothese verliezen, omdat deze afvalt. Dit beperkt hen in hun bewegingsvrijheid. Veel mensen voelen zich onzeker om zich in het openbare leven te begeven.”

Van de Meent maakte via tandartsen kennis met een methode die mogelijk ook geschikt was voor zijn patiënten. “Kunstgebitten worden tegenwoordig met een pin in de kaak vastgezet, waardoor de gebitsbevestiging veel beter is. Zo kwam ik op het spoor van een bedrijf in Zweden dat deze methodiek – osseo-integratie – mogelijk maakt door pinnen te maken, die je in het dijbeenbot kunt slaan. ‘Osseo’ staat voor ‘bot en ‘integratie’ betekent dat we de metalen pin integreren met het skelet. De methodiek bestond nog niet in Nederland. Nadat in Duitsland een goed functionerend systeem was ontwikkeld, introduceerde het Radboudumc de methode in Nederland. “Dat ging al snel als een lopend vuurtje. Onze eerste patiënt was erg enthousiast en vertelde in de media hoe blij hij met de klikprothese was. Hij had zijn leven terug en kon alles weer doen. Deze man werkt op een booreiland en moet dus volledig vertrouwen op zijn prothese”, vertelt Van de Meent. “De voordelen spreken boekdelen. Mensen hoeven niet meer bang te zijn dat zij hun prothese kwijtraken. Zij hebben volledige controle en omdat de prothese aan het skelet vastzit, krijgen zij hun normale loopbeweging terug. Mensen dragen de prothese de hele dag – twee keer zo lang als een kokerprothese – kunnen verder lopen en het lopen kost 20 procent minder energie.”

Het Radboudumc is het enige ziekenhuis dat de methode in Nederlandse toepast. “We hebben bij de verzekeraars een plan ingediend om te kunnen groeien, zodat we meer patiënten kunnen helpen. We hebben een wachtlijst van een jaar. Als we vijftig patiënten per jaar kunnen behandelen, komen we in Nederland een heel eind. Ook willen we een databank opzetten, waarin mensen eenvoudig online wijzigingen kunnen doorgeven. Als zij vijf jaar verder zijn, willen wij namelijk graag weten hoe het gaat: hoe ver kunnen ze lopen, zijn ze aan het werk en zijn er klachten?”, vertelt van de Meent. “Onze nominatie voor de Paludanus Prijs biedt een goed podium om onze innovatie zichtbaar te maken. Dit kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de bekendheid van de methode, zodat we nog meer mensen kunnen helpen.”

Voor meer informatie over de Paludanus Prijs: www.unive.nl/paludanusprijs.